Psycho-sociale factoren die van invloed kunnen zijn op een gelukkige oude dag.

Door de toenemende welvaart en de snelle medische en technologische ontwikkelingen neemt onze levensverwachting toe. We kunnen tijdens ons leven meer doelen bereiken dan ooit tevoren. 

Maar ondanks deze gunstige ontwikkelingen kunnen we niet alles bereiken wat we graag zouden willen. 

Met het stijgen van de leeftijd nemen de fysieke en mentale beperkingen toe. Lichaam en geest zijn niet eindeloos ‘rekbaar’. Ook is het ouder worden geen vrije keus. Het is gewoon een wetmatigheid. Maar zou ouderdom misschien vooraf bepaald kunnen worden door persoonlijke keuzes, gemaakt in een eerdere levensfase? Zou het dan mogelijk zijn om zelf  beslissingen te nemen over de kwaliteit van leven op hogere leeftijd? 

Het spreekt voor zich dat het verouderingsproces gepaard gaat aan degeneratie. Dat weten we allemaal. Lichamelijke en geestelijke functies nemen af. Maar dat wil niet zeggen dat ouderdom synoniem is aan ziek zijn, aan aftakeling en degeneratie. De cognitieve en psychologische vermogens zullen niet zomaar verdwijnen. Of er moet sprake zijn van ouderdomsziekten. 

We kunnen daarom proberen om voorafgaand aan de laatste levensfase gunstige randvoorwaarden te scheppen.

De psychologische en emotionele aspecten.

Om het verouderingsproces te verlichten staan ons allerlei mogelijkheden ter beschikking. 

Er zijn goede geneesmiddelen en tal van programma's die de lichamelijke gezondheid op peil kunnen houden. 

Maar, een gezonde oude dag vraagt naar meer, naar  zaken die betrekking hebben op onze psyche. Het heeft alles te maken met emoties. Heel belangrijk: Hoe is mijn houding tegenover mijn geleefde leven en hoe is mijn huidige leefstijl? Het gaat om reflectie, om het cultiveren van alle positieve ervaringen uit een voorafgaande levensfase. 

Het geluk van de oude dag wordt voor een groot deel gedragen door vroegere emoties.

Grofweg kunnen we drie levensfasen onderscheiden. 

In de eerste fase [tot en met de puberteit] maken we ons geen zorgen over het ‘ouder’ worden of het ‘ouder’ zijn. We zijn ons niet bewust van het feit dat we ooit oud zullen zijn. 

De huwbare leeftijd luidt een tweede fase in. Ons werk, ons gezin en onze persoonlijke relaties houden ons bezig. 

En zo rond het 50e levensjaar begint een derde fase. De kinderen zijn niet langer thuis. De werkdruk neemt af. Er openbaren zich allerlei fysieke ongemakken zoals de menopause of de andropauze. Jawel, de ouderdom doet haar intrede.

In de eerste twee fasen ontwikkelen wij een bepaalde levenshouding. Dit gebeurt bewust of onbewust.

Deze levenshouding is bepalend voor de manier waarop wij later de ouderdom kunnen aanvaarden. Die houding kan positief of negatief zijn en bepaalt hoe zelfstandig we later in het leven staan. Zijn we autonoom of afhankelijk?

In de eerste twee fasen ontstaat ook een netwerk van vertrouwde relaties: ouders, gezin, arbeid.

Al die relaties moeten gecultiveerd worden, willen we later niet geïsoleerd te raken. Zij maken het mogelijk om op een positieve manier in het leven te staan. Daarom moeten we al die relaties  liefdevol onderhouden. Zo zijn we niet alleen in staat om liefde te ontvangen, maar ook om die aan anderen te geven. Er kan een positieve wisselwerking ontstaan. 

We kunnen stellen dat het gebouw van de ouderdom gedragen wordt door eerdere ervaringen en relaties. 

Wel liggen er een paar gevaren op de loer. We kunnen zo geabsorbeerd worden door ons werk dat we er geen afscheid van kunnen nemen. We kunnen ongewild  terecht komen in emotionele processen: een scheiding, een ernstige ziekte. Het wordt dan vaak heel moeilijk om onze relaties en vriendschappen te onderhouden. Het vervelende is dat zo’n verzuim meestal niet meer hersteld kan worden. 

We moeten ons ook dan ook niet te veel vastklampen aan werk en kinderen. Er komt  altijd een moment waarop we bindingen met kinderen en collega’s moeten loslaten.

Het is mogelijk dat tijdens de ouderdom de gevolgen naar voren komen van slecht onderhouden sociale contacten. Banden met familieleden en vrienden kunnen door eigen toedoen verloren zijn gegaan. Zo’n verlies kan een grote emotionele impact hebben op latere leeftijd. Het kan zelfs traumatisch werken. Daarom is het voor ouderen belangrijk om in zo’n situatie te proberen om nieuwe activiteiten te ontplooien en nieuwe relaties aan te gaan.

Wel moeten ouderen ook negatieve factoren onder ogen zien:

-        De fysieke conditie neemt af

-        De scheiding van de kinderen

-        De dood van familileden en/of vrienden

Het zijn moeilijke situaties die beter verwerkt kunnen worden als ouderen in een omgeving verblijven die hen steun biedt. Een omgeving die ze het gevoel geeft erbij te horen. Een teder gebaar en medemenselijkheid zijn sleutelwoorden. Heel goed is het als zij steun kunnen krijgen van familieleden, van buren of bijvoorbeeld van een kerkgenootschap.

Er bestaat ook zoiets als een psychologische leeftijd. Er wordt soms gezegd dat het niet uitmaakt als je oud bent, zolang je je maar jong voelt. Een waarheid waar we niet omheen kunnen. De psychologische leeftijd loopt gelukkig niet altijd synchroon aan de biologische leeftijd. We kunnen op latere leeftijd mentaal nog heel jong zijn. Veel ouderen doen nog aan sport, stellen zich sociaal op, tonen een glimlach en zijn betrokken bij hun omgeving. Ze zijn intellectueel actief, raken opgewonden bij het ontdekken van nieuwe dingen. Zij vinden telkens weer een nieuwe reden om het leven leefbaar te houden.

Stelling

Alle ervaringen opgedaan in de eerste twee levensfasen spelen een rol in de derde fase, die van de ouderdom. Lifestyle en flexibiliteit worden dan ontwikkeld. Ouderen zich kunnen zich daardoor beter aanpassen aan hun nieuwe  leefomgeving. 

Opmerking

Door een goede begeleiding en vooral ook door de juiste aandacht, gekoppeld aan een medisch-technologische vooruitgang, kan een gezonde en spirituele ouderdom steeds meer kansen krijgen. 

 Blijft een feit dat ouderdom niet een keuze is, maar een wet van het leven.